maandag 3 juli 2017
zondag 2 juli 2017
2 juni Gistel - Brugge
Bij het open trekken van de gordijnen was de lucht asgrauw.
Het regende niet maar zodra we onze hoofden buiten de deur staken begon de ellende.
Eerst was het een beetje motregen gevolgd door flinke druppels wat al heel gauw veranderde in een plensbui van twee uur.
We waren Gistel nog niet uit of we waren al gehuld in regenjas en rainlegs.
Juli, het is toch Juli ?
Eerst fietsten we verder over de geasfalteerde treinbaan naar het strand maar vlak voor Oostende bogen wij naar rechts en miste zo alle zondagsmensen die zich daar probeerden te vermaken.
Wat een drukte, niet normaal, zulk best strandweer was het helemaal niet.
Misschien ging iedereen naar het Casino, de bankrekeningen waren tenslotte net vol gestort :-)
De weg ging verder naar het noorden en het westen maar het strand hebben we niet gezien.
We fietsten door De Haan en Wenduine, Blankenberge en Lissewege om daarna iets zuidwaarts verder te gaan richting Brugge.
Maar eerst was daar Damme, een klein oud plaatsje waar een patatje aten op een terras tegenover het gemeentehuis.
Opeens kwam er een ooievaar aanvliegen die landde op de schoorsteen van het gebouw.
We hadden het nest met maar liefst 4 jongen nog niet opgemerkt.
Het waren eigenlijk al bijna volwassen vogels want ze deden pogingen om uit te vliegen: vleugels wijd, flink wapperen en dan kwamen ze los van het nest maar daar bleef het bij.
Gedurende een half uur hadden ze onze onverdeelde aandacht, nou ja, onverdeeld, ze moesten de aandacht delen met het lekkere bord patat wat we ondertussen verorberden, mmm.
In dat half uur was het van bewolkt aardig blauw geworden en tegen de tijd dat we in Brugge aankwamen was het boven ons meer blauw dan grijs.
Om 16.00uur kwamen we aan op ons logeeradres, een 200 jaar oud huis in de Brugse binnenstad.
De fiets mocht in een voorkamer staan dus die zeulden we eerst de trap op.
In de tuin kregen we een drankje aangeboden, de eigenaresse vertelde dat dit haar ouderlijk huis was geweest, zij woonde hier nu alleen in een kast van een huis.
Het was nog vroeg dus slenterden we heerlijk door het centrum om later bij Het Fonteintje te gaan eten, een Vlaamse stoofschotel en lamsschenkel in biersaus.
Drie keer raden wie dat lam in biersaus had uitgekozen :-))
Toe een heerlijk ijsje en nog een half uurtje in het zonnetje gezeten op de trappen van de VVV.
Het regende niet maar zodra we onze hoofden buiten de deur staken begon de ellende.
Eerst was het een beetje motregen gevolgd door flinke druppels wat al heel gauw veranderde in een plensbui van twee uur.
We waren Gistel nog niet uit of we waren al gehuld in regenjas en rainlegs.
Juli, het is toch Juli ?
Eerst fietsten we verder over de geasfalteerde treinbaan naar het strand maar vlak voor Oostende bogen wij naar rechts en miste zo alle zondagsmensen die zich daar probeerden te vermaken.
Wat een drukte, niet normaal, zulk best strandweer was het helemaal niet.
Misschien ging iedereen naar het Casino, de bankrekeningen waren tenslotte net vol gestort :-)
De weg ging verder naar het noorden en het westen maar het strand hebben we niet gezien.
We fietsten door De Haan en Wenduine, Blankenberge en Lissewege om daarna iets zuidwaarts verder te gaan richting Brugge.
Maar eerst was daar Damme, een klein oud plaatsje waar een patatje aten op een terras tegenover het gemeentehuis.
Opeens kwam er een ooievaar aanvliegen die landde op de schoorsteen van het gebouw.
We hadden het nest met maar liefst 4 jongen nog niet opgemerkt.
Het waren eigenlijk al bijna volwassen vogels want ze deden pogingen om uit te vliegen: vleugels wijd, flink wapperen en dan kwamen ze los van het nest maar daar bleef het bij.
Gedurende een half uur hadden ze onze onverdeelde aandacht, nou ja, onverdeeld, ze moesten de aandacht delen met het lekkere bord patat wat we ondertussen verorberden, mmm.
In dat half uur was het van bewolkt aardig blauw geworden en tegen de tijd dat we in Brugge aankwamen was het boven ons meer blauw dan grijs.
Om 16.00uur kwamen we aan op ons logeeradres, een 200 jaar oud huis in de Brugse binnenstad.
De fiets mocht in een voorkamer staan dus die zeulden we eerst de trap op.
In de tuin kregen we een drankje aangeboden, de eigenaresse vertelde dat dit haar ouderlijk huis was geweest, zij woonde hier nu alleen in een kast van een huis.
Het was nog vroeg dus slenterden we heerlijk door het centrum om later bij Het Fonteintje te gaan eten, een Vlaamse stoofschotel en lamsschenkel in biersaus.
Drie keer raden wie dat lam in biersaus had uitgekozen :-))
Toe een heerlijk ijsje en nog een half uurtje in het zonnetje gezeten op de trappen van de VVV.
zaterdag 1 juli 2017
1 juli van Pollinkhoven naar Gistel
Gelukkig had deze boer geen haan die ons vanaf het ochtendgloren uit de slaap hield en werden we van de geur van vers gebakken brood wakker.
We troffen het, de boer bakte zijn eigen brood en daar mochten we van meegenieten.
Lekker met abdijkaas en eigengemaakt aardbeienjam.
Na een gezellig ontbijt met z'n viertje werden we rond tienen uitgezwaaid.
We fietsten terug naar het kanaal, de IJzer, en gingen naar Diksmuide waar we een bezoek brachten aan de IJzertoren.
Deze hoge toren heeft de vorm van een grafzerk en is gebouwd ter nagedachtenis aan alle soldaten die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld.
In de toren bevindt zich een museum over deze oorlog.
Het museum begon op de 22 ste verdieping en via de trappen bezocht je elke verdieping met een eigen verhaal.
Helemaal boven was een panoramadek, als het mooi weer is kun je er kilometers ver kijken.
Nu liepen we een uur door het museum.
Er was een verdieping met allemaal lege granaten, een verdieping met foto's over hoe de manschappen de verveling te lijf gingen.
Een verdieping over hoe de Belgen de Duitsers een halt toeriepen, over het onder water laten lopen van het land mbv het openen van de sluizen en dat het daarom was dat de soldaten tijdens het verdedigen van hun land in het water stonden, tussen het ongedierte, in de blubber.
Er was filmmateriaal, er was uitleg over het ontstaan van die oorlog maar wat mij het meeste aangreep was een stukje film over een soldaat die bij het horen van weer een inslag helemaal gek werd.
De kou, de altijd natte voeten, het doorlopend op scherp moeten staan, de dode kameraden, het werd hem allemaal teveel.
Er vielen veel doden omdat de Duitsers chloorgas en mosterdgas gebruikten.
Ruim drie jaar hebben de Belgen met Engelstaligen de Duitsers tegen kunnen houden maar pas toen de Amerikanen kwamen kwam er schot in de zaak en dropen de Duitsers af.
Wat een zinloosheid, soldaten en burgers die het niet overleefden, dorpen en wegen verwoest.
In Ieper is het zelfs zo dat de gebouwen uit de middeleeuwen die verwoest zijn in de oorlog 1914 - 1918 na de oorlog opgebouwd zoals ze waren.
Een echte Middeleeuwse stadskern van slechts 100 jaar oud.
De dorpskern van Diksmuide werd nu aangepakt want de riolering van vlak na die oorlog was het aan het begeven, werd vervangen en er werd opnieuw bestraat.
We sloegen het gade vanaf het bankje waar we onze lunch aten.
Ondertussen was het zonnetje er lekker bijgekomen en door de polder ging het naar de kust, Veurne.
Het spoor vanaf Diksmuide naar Nieuwpoort was ooit aangelegd om de burgers uit Brussel naar het strand te vervoeren, nu was het over zo'n 20km.geasfalteerd voor de fietsers.
We hadden een flinke tegenwind die veranderde naar zijwind toen we langs de kustlijn naar boven fietsten.
Niet langs de zee, dat ging niet daar stonden allemaal hele lelijke flatgebouwen.
Over kleine weggetjes tussen graan, mais en piepers reden we naar Gistel waar we gebruik maken van de flat van een jong stel.
Net lekker gekookt, nu het dorp in voor een pintje :-)
We troffen het, de boer bakte zijn eigen brood en daar mochten we van meegenieten.
Lekker met abdijkaas en eigengemaakt aardbeienjam.
Na een gezellig ontbijt met z'n viertje werden we rond tienen uitgezwaaid.
We fietsten terug naar het kanaal, de IJzer, en gingen naar Diksmuide waar we een bezoek brachten aan de IJzertoren.
Deze hoge toren heeft de vorm van een grafzerk en is gebouwd ter nagedachtenis aan alle soldaten die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld.
In de toren bevindt zich een museum over deze oorlog.
Het museum begon op de 22 ste verdieping en via de trappen bezocht je elke verdieping met een eigen verhaal.
Helemaal boven was een panoramadek, als het mooi weer is kun je er kilometers ver kijken.
Nu liepen we een uur door het museum.
Er was een verdieping met allemaal lege granaten, een verdieping met foto's over hoe de manschappen de verveling te lijf gingen.
Een verdieping over hoe de Belgen de Duitsers een halt toeriepen, over het onder water laten lopen van het land mbv het openen van de sluizen en dat het daarom was dat de soldaten tijdens het verdedigen van hun land in het water stonden, tussen het ongedierte, in de blubber.
Er was filmmateriaal, er was uitleg over het ontstaan van die oorlog maar wat mij het meeste aangreep was een stukje film over een soldaat die bij het horen van weer een inslag helemaal gek werd.
De kou, de altijd natte voeten, het doorlopend op scherp moeten staan, de dode kameraden, het werd hem allemaal teveel.
Er vielen veel doden omdat de Duitsers chloorgas en mosterdgas gebruikten.
Ruim drie jaar hebben de Belgen met Engelstaligen de Duitsers tegen kunnen houden maar pas toen de Amerikanen kwamen kwam er schot in de zaak en dropen de Duitsers af.
Wat een zinloosheid, soldaten en burgers die het niet overleefden, dorpen en wegen verwoest.
In Ieper is het zelfs zo dat de gebouwen uit de middeleeuwen die verwoest zijn in de oorlog 1914 - 1918 na de oorlog opgebouwd zoals ze waren.
Een echte Middeleeuwse stadskern van slechts 100 jaar oud.
De dorpskern van Diksmuide werd nu aangepakt want de riolering van vlak na die oorlog was het aan het begeven, werd vervangen en er werd opnieuw bestraat.
We sloegen het gade vanaf het bankje waar we onze lunch aten.
Ondertussen was het zonnetje er lekker bijgekomen en door de polder ging het naar de kust, Veurne.
Het spoor vanaf Diksmuide naar Nieuwpoort was ooit aangelegd om de burgers uit Brussel naar het strand te vervoeren, nu was het over zo'n 20km.geasfalteerd voor de fietsers.
We hadden een flinke tegenwind die veranderde naar zijwind toen we langs de kustlijn naar boven fietsten.
Niet langs de zee, dat ging niet daar stonden allemaal hele lelijke flatgebouwen.
Over kleine weggetjes tussen graan, mais en piepers reden we naar Gistel waar we gebruik maken van de flat van een jong stel.
Net lekker gekookt, nu het dorp in voor een pintje :-)
vrijdag 30 juni 2017
30 juni
Vanmorgen werden we laat wakker en konden we aanschuiven bij het ontbijt, een uitgebreid ontbijt met veel zelfgemaakt eten.
Er was appel/druivensap uit eigen tuin, jam van de aardbeien die er groeiden en verse eieren van kippen die we rond zagen scharrelen.
De echte scharreleieren :-)
De heer des huizes had als hobby de Eerste Wereldoorlog en vertelde daar uitgebreid over, hij was bestuurslid van het oorlogsmuseum.
Hij liet een schoteltje zien met daarop ongebruikte patroonhulzen die een paar weken geleden uit de grond waren gehaald bij het aanleggen van een gasleiding.
Even verderop waren 30 dozen met ongebruikte bommen gevonden bij het bouwen van een woning, dagelijks komt er hier munitie uit de grond.
Er komen nog altijd mensen om, vooral boeren, bij het afgaan van dat oude spul.
We spraken in een dorpje een boer die vertelde over de gevechten bij de Kemmelberg.
Het lijkt erop alsof de mensen die hier wonen de Eerste Wereldoorlog in hun genen hebben, ze weten er allemaal veel over te vertellen.
Dus voor we weer op pad waren was het zeker 10.00uur maar we hoefden niet zo ver.
Hier waren nog een paar heuvels te nemen, strategische plaatsen in de oorlog maar nu voor ons toch nog een paar kuitenbijters.
Onderweg naar de kust kwamen langs kleine en grote erebegraafplaatsen.
Jonge mannen uit Canada, Australië, Nieuw Zeeland maar vooral uit Engeland die hier sneuvelden en hier begraven werden.
Die begraafplaatsen zagen er prachtig onderhouden uit.
En dan zijn er nog 300.000 mannen die niet geïdentificeerd konden worden.
Ook wist iemand te vertellen over massagraven waar lichamen lagen van onbekende soldaten die in de twee jaar dat de frontlinie hier lag gesneuveld waren.
We werden er stil van.
In Poppingen fietsten we naar het Hopmuseum waar we na de koffie naar Watou en West Vleteren reden maar de proeflokalen van Sint Bernardus en Sint Sixtus waren gesloten :-(
Na een lekkere kop soep fietsten we naar ons onderkomen in Pollinkhoven waar we op een boerderij slapen.
Zometeen lekker eten in het volgende dorpje, drie kroegen en een kerk :-)
Er was appel/druivensap uit eigen tuin, jam van de aardbeien die er groeiden en verse eieren van kippen die we rond zagen scharrelen.
De echte scharreleieren :-)
De heer des huizes had als hobby de Eerste Wereldoorlog en vertelde daar uitgebreid over, hij was bestuurslid van het oorlogsmuseum.
Hij liet een schoteltje zien met daarop ongebruikte patroonhulzen die een paar weken geleden uit de grond waren gehaald bij het aanleggen van een gasleiding.
Even verderop waren 30 dozen met ongebruikte bommen gevonden bij het bouwen van een woning, dagelijks komt er hier munitie uit de grond.
Er komen nog altijd mensen om, vooral boeren, bij het afgaan van dat oude spul.
We spraken in een dorpje een boer die vertelde over de gevechten bij de Kemmelberg.
Het lijkt erop alsof de mensen die hier wonen de Eerste Wereldoorlog in hun genen hebben, ze weten er allemaal veel over te vertellen.
Dus voor we weer op pad waren was het zeker 10.00uur maar we hoefden niet zo ver.
Hier waren nog een paar heuvels te nemen, strategische plaatsen in de oorlog maar nu voor ons toch nog een paar kuitenbijters.
Onderweg naar de kust kwamen langs kleine en grote erebegraafplaatsen.
Jonge mannen uit Canada, Australië, Nieuw Zeeland maar vooral uit Engeland die hier sneuvelden en hier begraven werden.
Die begraafplaatsen zagen er prachtig onderhouden uit.
En dan zijn er nog 300.000 mannen die niet geïdentificeerd konden worden.
Ook wist iemand te vertellen over massagraven waar lichamen lagen van onbekende soldaten die in de twee jaar dat de frontlinie hier lag gesneuveld waren.
We werden er stil van.
In Poppingen fietsten we naar het Hopmuseum waar we na de koffie naar Watou en West Vleteren reden maar de proeflokalen van Sint Bernardus en Sint Sixtus waren gesloten :-(
Na een lekkere kop soep fietsten we naar ons onderkomen in Pollinkhoven waar we op een boerderij slapen.
Zometeen lekker eten in het volgende dorpje, drie kroegen en een kerk :-)
Abonneren op:
Posts (Atom)