zondag 15 juli 2018

15 juli

Op nog geen 4km bij ons vandaag staat de kathedraal van Trondheim.
We zitten lekker aan een biertje met pannenkoek gevuld met sour cream en aardbeienjam en hebben absoluut geen haast om het laatste stukje te lopen.
Dan zou onze wandeling die 33 dagen heeft geduurd ten einde zijn.
Vanmorgen gingen we van start na een vorstelijk ontbijt bij de boer waar we hadden overnacht.
We zaten aan tafel met een stel uit Groningen die van Oppdal naar Trondheim liepen, alles voorbereid door een reisorganisatie.
We begonnen aan de laatste klim de bergen in, nogmaals lang de bergflanken door de naaldbossen, door het veenlandschap met veenpluis om ons heen, grusvei en grasvei, nog een paar grafheuvels en toen na 14km zagen we het Trondheimfjord met Trondheim.
Tsjonge, wat een enorme stad, waar stond in die grote kathedraal met groene torenspits ?
Het was zoeken naar de bekende speld in de hooiberg.
We daalden daarna alleen maar af tot we nu dus bijna weer op zeeniveau zitten sinds Oslo.
We hebben het biertje op, zijn uitgerust voor de laatste 4000 m, we doen de rugzakken weer op en maken af waar we in Oslo aan begonnen zijn.
Jammer, we hadden nog dagen door kunnen wandelelen .......

13 juli

Op de boerderij waar we sliepen was geen geluid te horen.
Om 7.00uur werd ik wakker en besloot me nog even om te draaien, wat een heerlijk bed.
Sieb had al havermout gemaakt, een zakje instant spul met noten en lijnzaad.
Niets mis mee, aanlengen met water, koken en klaar.
Het was net klaar, stond daar de boer bij de deur met een volle kan verse melk zo van de koe, of we het wilden proberen.
Er ging alsnog een flinke scheut door de havermout en we namen elk nog een glas.
Heerlijk.
Vanwege het warme weer gingen we op tijd van start vandaag.
We gingen door een moerassig gebied wat hoog in de bergen lag en voordat de zon te warm werd, wilden we boven zijn.
Het was een hele klim, eerst over asfalt, dan een grindweg, dan door het bos en ineens was daar de open vlakte met her en der een boompje.
De ondergrond was verend, we dansten over de top van de berg met om ons heen veenpluis, een plantje bestaande uit een stengel en een witte pluis bovenop.
Waar het erg nat was, waren planken neergelegd zodat onze voeten droog bleven.
Het was een prachtig stuk.
In het bos naar boven en naar beneden stonden allemaal bosbesplanten.
Vanaf Oslo hadden we ze regelmatig gezien maar de bessen waren deze week pas eetbaar en dus liepen we smikkelend en smullend door het bos.
Tussen 78 en 55 graden noorderbreedte groeit ook Multebær, de bergbraam, een plantje met maar 1 stengel waarop 1 wit bloempje groeit waaruit een vuurrode braam groeit die eetbaar is als de braam geel/oranje kleurt.
Omdat het al zo’n tijd warm weer is, waren er een groot aantal al geel.
Ze smaakten een beetje naar mandarijn.
Over de vlakte lopend vroegen we ons af hoe de planken hier kwamen die ons tegen het moeras beschermden.
We werden op onze wenken bediend want er stond een klein maar sterk karretje met
zes wielen en een aanhanger met planken.
Daarnaast, naar later bleek, twee heren van 80 en 75 die in hun vrije tijd het Olavspad onderhielden in de provincie Skaun waar het pad 21km doorheen liep.
Aan de rand van het moeras stond een Hvilstein, een ruststeen vol met oude inscripties.
Michaël, een medepelgrim die we regelmatig tegenkomen, kerfde er een Oalvskruis in.
We daalden af naar het dorp Skaun waar we naast de kerk in het gemeenschapshuis slapen met zes andere pelgrims.
De hele route kwamen we ze nauwelijks tegen maar nu het einde in zicht is lijkt hun aantal explosief toe te nemen :-)
Van de beheerder van dit onderkomen kregen we een rondleiding in de kerk.
Een witte stenen kerk uit 1120 met een roerige geschiedenis vanwege de reformatie.
Onder de witkalk die toen gebruikt werd, hebben ze in deze kerk al een aantal fraaie fresco’s gevonden.
Uit de diepvries van de supermarkt duikelden we weer iets lekkers op, even opwarmen en smullen maar.

14 juli

Ondanks dat er een briefje in de keuken hing dat er geen alcohol gedronken mocht worden in dit Pelgrimscentrum, gingen er een aantal pelgrims toch behoorlijk aangeschoten naar bed.
Voor het eerst sinds onze tocht sliepen we op een slaapzaal, een ruimte die we deelden met vier anderen waarvan er drie hun roes onder luid gesnurk uitsliepen.
De reden waarom Sieb al om 5.30uur eieren stond te bakken voor op ons brood voor tussen de middag en rond 6.00uur bezig was mijn rugzak in te pakken.
Om 7.15uur waren we op weg.
Eerst ruim vijf kwartier omhoog waarbij we regelmatig achterom keken maar omdat er laag hangende bewolking was, zagen we niet de bergen waar we de afgelopen paar dagen overheen gewandeld waren.
Er kwam weer een mooi stuk moeras, veel bos en velden vol graan.
Twee nachten geleden hadden we een Noorse Mw ontmoet die een herberg runt op het stuk wat wij vandaag liepen.
Om 11.15uur klopten we bij haar aan.
Ze was blij verrast en liet ons het Pelgrimsonderkomen zien en een vuurplaats waarvandaan er een schitterend uitzicht was over het fjord.
Ze had duidelijk groen vingers want de tuin stond vol met bloemen, hele gewone maar ook een aantal bijzondere waaronder een knalblauwe klaproos.
Na een kop koffie met een aalbessenmuffin liepen we naar de kust wat nog een flinke wandeling naar beneden was.
Buvika had ook een bijzondere kerk, het was een achtkant.
Jammer dat ie gesloten was, we wilden graag weten hoe zo’n kerk was ingedeeld.
Na de boodschappen liepen we richting camping om daar de schipper te bellen die ons de rivier over zou zetten.
De officiële route van het Olavspad steekt hier de rivier over om dan in een boog over de laatste berg naar Trondheim te gaan.
In 1275  kwam er een wet die stelde dat de boerderij die het dichtst bij een weg stond waar een oversteek was, de veerman moest leveren.
Deze boerderij, Sundet Gård, deed dat tot 1860.
Sinds het Olavspad nieuw leven is ingeblazen ergens begin deze eeuw, heeft de boer een sloep waarmee hij Pelgrims die bij hem logeren, overzet.
Vanaf de oever was het nog een stuk van 200m. omhoog waar we een rood geverfd huisje kregen helemaal voor ons alleen, heerlijk, geen gesnurk vannacht

donderdag 12 juli 2018

Foto’s 11 Juli





















12 Juli

De hele nacht heeft het gedrupt.
Volgens Marleen (waar we al een tijdje mee optrekken) die in haar tentje had geslapen, had het niet geregend dus hadden wij misschien de druppels horen vallen van de bladeren.
Om 7.30uur was het in ieder geval droog :-)
We stonden op, beneden hoorden we al gestommel van het klaarzetten voor het ontbijt.
Onze gastvrouw had eieren gekookt en er stonden weer diverse Noorse lekkernijen op tafel.
Na de koffie en een stapel boterhammen, vertrokken we om 8.30uur voor een tocht van 30km.
De lucht was bezaaid met schapenwolkjes, niet echt zonnig maar ook geen regen.
Langs de weg waar we gister geëindigd waren ging het verder om even later over een pad bezaaid met dennennaalden door het bos naar boven te gaan.
In het dal zagen we Meldal liggen met net buiten de stadsrand de kerk.
Een rode, houten kerk met een toren met zo’n ui erop, zoals in Rusland, helaas: gesloten.
We liepen door naar de supermarkt waar we Marleen tegenkwamen en met z’n drieën zaten we aan een picknicktafel te genieten van de zojuist gekochte yoghurt toen er een man met een thermoskan en bekers aan kwam lopen en vroeg of we trek hadden in koffie.
Hij schonk drie bekers vol en vertrok weer, het bleek de plaatselijke taxichauffeur te zijn.
Dat vinden wel typerend voor de Noren, gevraagd of ongevraagd staan ze voor ons klaar, daar kunnen wij nog wat van leren.
Via het openluchtmuseum liepen we verder.
Er stond een oude mijlpaal met het getal 90 maar dat klopte niet want bij de kerk had een bord gestaan dat het nog maar 84km. was.
In het museum liepen we tussen oude gebouwen door, een Stabur, schuur, woonhuis en enkele werkplaatsen, prachtig onderhouden.
Ongeveer 5km verderop was een Pelgrimscentrum waar we onze boterhammen wilden eten maar we hebben het hele centrum nooit gezien dus tegen de tijd dat we in Løkken Verk aankwamen was het 2.30uur en ralibaalden we van de trek.
We haalden een stempel bij de VVV en aten onze boterhammen op waarna we de geschiedenis van het plaatsje lazen.
We hadden mijnschachten op de berg gezien.
Vanaf 1654 werd er koper en later zwavel geproduceerd waar nog weer later zink en zilver bijkwamen.
De eerste elektrische trein in Noorwegen reed vanuit dit plaatsje.
In 1987 werd de mijn gesloten en is alles rondom die geschiedenis museum geworden.
We hadden er geen tijd voor want er moest nog een flink stuk gelopen worden.
We staken de rivier over, zoals altijd een laag punt, waarna we meteen het idee hadden dat we naar de top van de berg moesten lopen en stijl man, niet normaal.
Het venijn zit hier vaak in de staart, als we moe zijn van een dag wandelen moeten we nog klimmen.
Uiteindelijk was het absoluut de moeite waard en vonden we een onderkomen in een Stabur die door de boer van alle gemakken was voorzien.
We mochten niet in onze slaapzak slapen want de bedden waren keurig opgemaakt.
De toilet en de douche waren in de Stabur en er waren 2 slaapkamers.
We deelden dit met twee Noorse dames waarvan er eentje een herberg in Skaun heeft, de volgende plaats die wij aandoen.



11 Juli

Oh wat baalde ik ervan dat Sieb mij om 7.30 uur wakker maakte maar we hadden afgesproken met z’n vijven om acht uur te ontbijten.
Ik had de hele nacht als een blok beton geslapen en was goed uitgerust.
Het ontbijt was overweldigend, diverse soorten salami en kaas, zure haring, lekkere jammetjes, gekookt eitje, sapje, koffie, brood in allerlei vormen van gewoon bruinbrood tot allerlei crackers.
Na een uur waren we klaar om te vertrekken en onder een lucht vol met vederwolken verlieten we Meslo Gård.
Het was een benauwde dag, veel zon met in de loop van de dag steeds donker wordende wolken waar, toen we net tien minuten binnen waren, onder flink gedonder en felle bliksemflitsen een enorme hoeveelheid regen uit viel.
De dag begon met een pittige klim waar onze spieren onder luid protest aan toe gaven.
We zagen het dal onder ons verschijnen met de rivier Orkla en het dorp Voll.
Omdat het dorp een mooie houten kerk had, werd de route daarheen geleid en moesten we dus weer dalen en ja, natuurlijk, later weer de berg op.
Er was een leuk oud winkeltje met allerlei spullen uit het jaar kruik.
De jongeman die de boel beheerde maakte koffie en bakte wafels die we met crème fraîche en jam aten waarna hij ons rondleidde in de kerk.
Er had rond 1100 een Stafkirke gestaan maar die was door verwaarlozing aan z’n eind gekomen.
In 1262 was er een nieuwe kerk geplaatst in de vorm van een Y.
Dat was met opzet gedaan zodat de priester tijdens zijn ellenlange preken de gelovigen in de gaten kon houden dat ze niet in slaap vielen.
Toen hadden ze al hun streken !
Even verderop lag een prachtige houten brug geverfd in die prachtige rode kleur die je hier zoveel ziet.
We maakten de supermarkt onveilig, kochten avondeten en een brood met beleg.
En toen weer een flink stuk de berg op tot aan de bosrand die we naar het noorden volgden.
De laatste 12km waren op een grindweg, daar waren we niet echt blij mee.
We kwamen langs grote boerderijen die groot geworden waren omdat families steeds groter werden en ze zodoende een stuk aan de boerderij bouwden en niet zoals in het zuiden aparte gebouwen op het erf neerzetten.
Achter ons zagen we de lucht steeds donkerder worden en boven de bergen zagen we de regen neerkomen.
Toch besloten we nog even met de voeten in het water van de rivier te gaan zitten.
Het water was ijskoud maar we knapten er heerlijk van op want het was erg benauwd op dat moment.
De laatste drie kilometer legden we snel af want het noodweer zat ons op de hielen.
We zagen de bliksem en hoorden de donder steeds dichterbij komen.
Het laatste stuk naar Segard Hoel was omhoog, dat was balen maar net voordat het noodweer begon waren we binnen :-)
De  electra ging eruit en om te kunnen koken zorgde Sieb ervoor dat de Jøtul, een houtkachel, brandde.
In no time waren onze diepvriesmaaltijden warm en konden ook de overige pelgrims hun eten warm maken.
Na een gezellige avond gingen we even na negen uur naar bed.

Foto’s 10 Juli